Pasen


 ABBA VADER

" De drinkbeker die de Vader Mij heeft gegeven,
zou Ik die niet drinken?"
 Johannes 18:11

GOEDE VRIJDAG

   Op Goede vrijdag herdenken we de kruisiging van Jezus

In het christendom symboliseert het kruis vooral
de overwinning  van Jezus over de dood
omdat Hij na drie dagen verrees uit het graf.
 Goede Vrijdag is de herdenking van lijden en dood.
Jezus wordt, gelijk met twee moordenaars aan het kruis gespijkerd.


DE PAASTIJD IS BEGONNEN

Stille donderdag is de donderdag, direct voor Goede vrijdag in de Goede week. In deze periode --die verder bestaat uit Goede Vrijdag en Stille zaterdag en tijdens de Paaswake overgaat in het Paasfeest-- Met pasen wordt het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus herdacht.

Het Laatste Avondmaal is een bekende gebeurtenis uit het Nieuwe testament,  door Christus  ingesteld op de avond waarop hij door Judas verraden werd. Tijdens deze paasmaaltijd heeft Jezus het Avondmaal ingesteld. Het woord 'laatste' slaat hier op de laatste maaltijd van Jezus voor zijn kruisiging. Jezus weet dat Hij de volgende dag op het kruis zal gaan sterven.

Tijdens het Laatste Avondmaal kwam het verraad van Judas in de openbaarheid.

Jezus heeft zijn laatste avond gegeven aan de Apostelen.

Dat doet hij door middel van het geven van bloed in de vorm van wijn en zijn lichaam in de vorm van brood. Hij neemt een stuk brood en zegt de woorden: "Neem, eet, dit is mijn lichaam."Toen nam Jezus de beker en zei:
"Drink allen hieruit, 28 dit is mijn bloed, het bloed van het verbond,
dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden."
Jezus droeg hun op om dit voortaan te blijven doen als een gedenkteken voor zijn dood.

Goede Vrijdag is de vrijdag voor Pasen.
Op deze dag herdenken christenen de kruisiging en dood van Jezus op de heuvel Golgotha,
 nabij de stad Jeruzalem.

 De kerkklokken voor aanvang van de kerkdienst luiden niet, dit als een teken van rouw. Christenen geloven dat Christus ‘vrijwillige’ dood betekende dat God zich om het menselijke lijden bekommerde en het zelf op zich nam, daarom wordt Goede Vrijdag ‘Goed’ genoemd. Goede vrijdag blijkt de meest indrukwekkende dag voor christenen.

Pasen
We  vieren deze dag vanuit het geloof dat Jezus opgestaan is uit de dood,
op de derde dag na zijn kruisiging.

De periode van het paasfeest tot Hemelvaartsdag  duurt veertig dagen.
 Hemelvaartsdag herdenken we dat Jezus Christus is opgevaren naar God,
Zijn Vader in de hemel, op de veertigste dag van Zijn opstanding.
De viering is onderdeel van de paascyclus.

 Het pinksterfeest 
We herdenken dat de Heilige Geest, de derde persoon van de goddelijke drie-eenheid,
neerdaalde uit de hemel op de apostelen en andere aanwezige gelovigen.

   

       
Matteüs  26: 17-75
20 Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd.  Onder het eten zei hij tegen hen:  "Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren." 22 Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem:  "Ik toch niet, Heer?" 23  Hij antwoordde:  "Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. 24 De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was."Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: "Ik ben het toch niet, rabbi?" Jezus antwoordde: "Jij zegt het." 26 Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: "Neem, eet, dit is mijn lichaam."En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: "Drink allen hieruit, 28 dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden."


29Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader."  30 Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg. 31 Onderweg zei Jezus tegen hen: "Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: " Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden." Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea." Petrus zei daarop tegen hem:  "Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!" Jezus antwoordde hem: "Ik verzeker je: deze nacht zul je, nog voor de haan gekraaid heeft, mij driemaal verloochenen."35 "Petrus zei: "Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit." Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij. 

engelbijJezusmetboomentdeze.jpg  

Jezus bad op de olijfberg
waar een  engel kwam die Jezus ondersteunde.

     37 Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur waken? 38 Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ 39 Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor. 40 Toen hij weer terugkwam, lagen ze opnieuw te slapen, want hun ogen vielen steeds dicht, en ze wisten niet wat ze hem moesten antwoorden. 41 Toen hij voor de derde maal terugkwam, zei hij tegen hen: "Liggen jullie daar nog steeds  te slapen en te rusten? Het is zover: het ogenblik is gekomen waarop de Mensenzoon wordt  uitgeleverd aan de zondaars. 42 Sta op, laten we gaan; kijk, hij die me uitlevert, is al vlakbij."

Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap 
 


Johannes 17:25,26
25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet,
maar ik ken U, en zij weten dat U mij hebt gezonden.
26 Ik heb hun UW naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen,
zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

 Op Goede vrijdag herdenken  we de kruisiging van Jezus

  Terug 

 

Johannes 13:1-31

Het was kort voor het Pesach feest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op.


Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. 6 Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ 9 antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.

 Jezus was de voeten van zijn leerlingen

12 Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. 13 ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. 14 Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16 Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17 Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. 18 Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” 19 Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. 20 Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’

 

eenvanjulliezalmeverraden.png

 

21 Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ 22 De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. 23 Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, 24 en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. 25 Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’

 

26 ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop,’ zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. 27 Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ 28 Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; 29 omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. 30 Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.

 

 Jezus gaat naar de Vader  

 31 Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de 
grootheid van de Mensenzoon zichtbaar
geworden, en door hem de grootheid van God.

 

      Jezus gevangen genomen en verhoord


Johannes  18: 1-11
[18] 1 Nadat Jezus dit alles gezegd had, ging hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidronbeek. Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen. 2 Judas, zijn verrader, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. 3 Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. 4 Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ 5 Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond. 6 Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. 7 Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus uit Nazaret.’ 8 ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus. ‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ 9 Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had: ‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’ 10 Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die slaaf. 11 Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. "Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’......


  Nachtwake en arrestatie

Marcus 14:32,36
 32 Ze kwamen bij een plek die Getsemane heette, en hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga bidden.’ 33 Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden 34 en zei tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier waken.’
   
 35 Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen
 en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan. 

Jezusvraagdomhulp-1.jpg


36 Hij zei: "Abba, Vader, voor u is alles mogelijk,

neem deze beker van mij weg.
Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt."



Jezus gevangen genomen en verhoord

12 De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. 13 Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester 14 en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.’ 15 Simon Petrus liep met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, 16 maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. 17 Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet,’ zei hij.

18 De slaven en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen. 19 De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. 20 Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. 21 Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.’ 22 Toen Jezus dat zei gaf een van de dienaren die erbij stonden, hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ 23 Jezus zei: ‘Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?’ 24 Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester. 25 Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen.

‘Ben jij soms ook een leerling van hem?’ vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ‘ik niet.’ 26 Maar een van de slaven van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je bij hem was in de olijfgaard?’ 27 Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan. 28 Jezus werd van Kajafas naar het pretorium* gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal.

   Terug  

Jezusvoorpilatuss-2.jpg

  29 Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ 30 Ze antwoordden: ‘Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ 31 Pilatus zei: ‘Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.’ Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ 32 Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling waarin hij aanduidde welke dood hij sterven zou. 33 Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ 34 Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’ 35 ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?’ 36 Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ 37 Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’ 38 Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’  

   Verder lezen........

DE HAAT VAN DE WERELD

Johannes 15:25
Zo ging in vervulling wat in hun wet geschreven staat:
“Ze hebben mij zonder reden gehaat.”

                                                          Terug  
*(Pretorium is een hoofdkwartier
van de keizerlijke lijfwacht in
 het oude Rome ) 
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling