Home » De opname

Opname van de Gemeente

 

Hemelvaart van Jezus

9En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.

 (Handelingen 1:9-11, NBG1951)

bijopname.png

"Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen." (Handelingen 1:11,  

NBG1951)

--------------------------------------

 De staat Israël wordt hersteld

--De één wording van Europa.
De tweede fase van het Romeinse Rijk.
Na herstel van het Romeinse Rijk
verschijnt de antichrist.
10 koningen zullen hem de macht geven
(Openb. 17:12,13 en :16)

-- Bij zijn machtsgreep schakelt hij drie van de tien koningen uit
(Dan. 7:24).

--Dan is er nog de gebeurtenis die in de Bijbel
"de afval" wordt genoemd
(2 Thess.2:3)

--De mensen gaan zich af keren van het ware Bijbelse
evangelie en van Jezus Bijbelse Jezus en de gezonde leer.
Ze blijven echter wel religieus.
(2 Tim. 4:3,4).
 
*--Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan
en zij zullen grote wonderen en tekenen doen, zodat zij,
ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden"
(Matth. 24:24)

 

--Er komt een vereniging van alles wat  "Christelijk zou zijn"
of men nu Katholiek, hervormd of anders zou geloven.
Deze zullen samen gaan met elkaar en zal een valse
eenheidskerk zijn. De afval van het ware geloof en wordt
in de Bijbel  over de grote hoer genoemd.  (Openb. 17).
De bruid is de ware kerk  (Openb. 17).

 

De komst des Heren

13Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben. 14Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem.

15Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: "wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, 16want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen."

18Vermaant elkander dus met deze woorden.

1 tessalonisensen 4:13 -18  (NBG-vertaling 1951 (NBG51)



aartsengelMichelblaastopbazuin.png

 

Waakzaamheid

51Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: 2immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht.
 3Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen. 4Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou:
 5want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; 6laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. 7Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn des nachts dronken, 8maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid; 9want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus, 10die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven. 11Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op, gelijk gij dit ook doet.

1 tessalonisensen 5:1-11 (NBG-vertaling 1951 (NBG51)



Ezechiël wederom tot wachter aangesteld

331Het woord des Heren kwam tot mij: 2Mensenkind, spreek tot uw volksgenoten en zeg tot hen: wanneer Ik over een land het zwaard breng, en de inwoners van dat land hebben uit hun midden iemand gekozen en tot wachter aangesteld, 3en deze ziet het zwaard over dat land komen, en blaast op de bazuin en waarschuwt het volk – 4als dan iemand wel het geluid van de bazuin hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt en rukt hem weg, dan komt diens bloed over zijn eigen hoofd.
 5Hij heeft het geluid van de bazuin gehoord, maar zich niet laten waarschuwen; zijn bloed komt over hemzelf; als hij zich had laten waarschuwen, zou hij zijn leven hebben gered

.heilsbazuin.png

 6Maar wanneer de wachter het zwaard ziet komen, doch niet op de bazuin blaast, zodat het volk niet gewaarschuwd wordt – en het zwaard komt en rukt iemand van hen weg, dan wordt hij wel weggerukt in zijn eigen ongerechtigheid, maar van zijn bloed zal Ik de wachter rekenschap vragen.

7Gij nu, mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis Israëls aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn naam waarschuwen. 8Als Ik tot de goddeloze zeg: Goddeloze, gij zult zeker sterven, – maar gij spreekt niet om de goddeloze te waarschuwen voor zijn weg, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u rekenschap vragen.

 9Maar als gij een goddeloze waarschuwt om zich van zijn weg te bekeren, doch hij bekeert zich daarvan niet, dan zal hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uw leven gered.

 

Ezechiël 33:1-9  (NBG-vertaling 1951 (NBG51)

knipper
Deze pagina is een onderdeel van de website: "godgelooftinmij".......