Home » Stenen tafelen

Stenen tafelen

 

  

Bijtiengeb.gif

 

 

(TIEN GEBODEN )

 

Mozes en de bijbel 

Mozes werd geboren onder moeilijke omstandigheden. Zijn volk leefde onder Egyptische onderdrukking, er was zelfs een geboortepolitiek ingevoerd die erop neer kwam dat alleen meisjes mochten blijven leven. Daarom werd Mozes door zijn moeder als baby te vondeling gelegd tussen het riet van (een zijarm van) de Nijl in een mandje, de ark van Mozes. Hij werd gevonden door een dochter van de farao die daar net een bad ging nemen en de baby prompt adopteerde. Zij herkende het kind als van Hebreeuwse afkomst. Doordat zijn zuster Mirjam in de nabijheid was gebleven om een oogje in het zeil te houden, kon en durfde zij aan de dochter te vragen of zij een voedster voor hem bij de Hebreeuwse vrouwen zou gaan zoeken. De dochter ging hiermee akkoord en zou daarvoor betalen. Zo kwam het kind via een omweg toch weer bij zijn moeder terug. Toen hij groot genoeg was werd hij aan de dochter van de farao teruggegeven. Zij was het die hem de naam Mozes ('hij die optilt, uittrekt') gaf, 'want,' zei ze, 'ik heb hem uit het water getrokken.' Exodus 2:10

 

Mozes groeit op aan het Egyptische hof en komt pas op zijn veertigste jaar tot het besef dat hij eigenlijk bij een ander volk hoort, namelijk dat van Israël. Hij gaat dan, misschien voor het eerst, eens een kijkje nemen in de provincie waar zijn volk leeft. Hij ziet de onderdrukking door de Egyptische slavendrijvers en maakt zich zo kwaad dat hij een van die slavendrijvers doodt en ter plaatse eigenhandig begraaft. De farao komt er achter wat Mozes heeft gedaan, en die is vanaf dat moment zijn leven niet meer zeker. Hij vlucht het land uit en komt in Midian. Hij wordt daar herder, trouwt met de dochter van Jetro, die als een priester van God wordt aangeduid, en blijft er veertig jaar.


brandendestruik-1.jpg

Dan heeft Mozes een bijzondere ervaring: vanuit een brandende doornstruik die door het vuur niet verteerd wordt, roept God hem. Mozes krijgt de opdracht zijn volk uit Egypte te halen en naar het land Kanaän te brengen. Mozes ziet dat niet zo zitten, hij vraagt naar de naam van God en het antwoord is: "ik ben die ben" daarna zegt Mozes niet goed met woorden te zijn. Hij heeft echter geen keus. Zijn broer Aäron, die in Egypte was gebleven, maar inmiddels naar Mozes onderweg is, wordt door  "ik ben die ben"  aangewezen om voor Mozes het woord te doen.

Enige tijd later verschijnen de beide broers aan het hof van de heerser van Egypte, met het verzoek of die maar zo vriendelijk wil zijn het volk Israël een paar dagen vrijaf te geven om in de woestijn offers aan hun God te brengen. De farao gaat niet akkoord, waarna het land door een ramp wordt getroffen. Dit is de eerste van in totaal tien plagen die de farao uiteindelijk op de knieën brengen.

Na negen plagen laat de farao Mozes ontbieden en zegt hem: "Gaat heen, om God te vereren. Uw kinderen kunnen met u meegaan, maar uw schapen en runderen blijven hier." Hier kan Mozes zich echter niet in vinden. Hij heeft immers offers nodig om aan God te schenken. Vervolgens brengt God nog één plaag over de farao en Egypte. God beveelt Mozes en de Israëlieten om op de veertiende dag van de maand in de avondschemering een lam te slachten en ongedesemd brood te nuttigen. Met het bloed van dat lam moeten zij dan hun deuren insmeren, en dat alles in grote haast, want het Pascha of Paasfeest is aangebroken. In diezelfde nacht trekt God door Egypte en laat Hij alle eerstgeborenen in de Egyptische gezinnen sterven (van de farao tot de slaven), doch aan de met bloed ingesmeerde deuren gaat Hij voorbij. Wanneer er vervolgens door heel Egypte luid geschrei weerklinkt trekt het uitverkoren Israëlisch volk op aandringen van de farao weg uit Egypte.

 

Het volk Israël verlaat het land Gosen, waar het 215 jaar had gewoond, trekt de woestijn in en komt dan bij een waterpartij die Schelfzee of Rietzee wordt genoemd. Het water is te diep om te doorwaden, en tot overmaat van ramp is de farao inmiddels met een legermacht ten strijde getrokken. Mozes slaat dan op Gods instructie met zijn stok op het water, waarna een harde wind opsteekt die het water verdrijft. Het volk trekt over de zeebodem naar de overkant, maar als het leger van Farao hetzelfde doet gaat de wind liggen. Het water stroomt terug en de farao komt daarbij om het leven.

 
Mozes met het volk op weg naar het beloofde land

Mozes wordt de organisatorisch en geestelijk leider van Israël, en blijft dat gedurende de veertig jaar waarin het volk door de Sinaïwoestijn trekt. Bij de berg Horeb verschijnen de Tien Geboden op stenen tabletten; hier worden ook de Tabernakel met de Ark van het Verbond vervaardigd waarna de offerdienst begon, later voortgezet in de Tempel. Een belangrijk deel van de veertig jaar tussen de uittocht en de intocht werd doorgebracht in de steppe van Kades-Barnea. Toen het zwervende volk ten slotte Kanaän in bezit nam, was de leiding overgenomen door Mozes' dienaar Jozua.

De intocht in het land Kanaän maakt Mozes niet meer mee -
hij krijgt het land slechts te zien, vanaf de Neboberg.
 Volgens Deut. 34:1-12 stierf Mozes op een leeftijd van 120 jaar.

Zowel de Bijbel als de Koran noemen Mozes de ontvanger van de Thora en de leider van de Israëlieten bij de uittocht uit Egypte en tijdens de doortocht door de woestijn tot aan de grenzen van Kanaän. Volgens de Bijbel is Mozes de schrijver van de Thora.

Bron: Wikepedia 

 _________________________________________________________

 

 Terug 
 
Israël in Egypte onderdrukt

 Exodus 1:8-22
Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had.  Hij zei tegen zijn volk: ‘De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk.  Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken!’  Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen.  Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld.
 
15 Bovendien gelastte de koning de Hebreeuwse vroedvrouwen, Sifra en Pua geheten, het volgende:  ‘Als u de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan goed op het geslacht van het kind. Als het een jongen is, moet u hem doden; is het een meisje, dan mag ze blijven leven.’ Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven.  Daarom ontbood de koning de vroedvrouwen. ‘Wat heeft dit te betekenen?’ vroeg hij hun. ‘Waarom laat u de jongens in leven?’ De vroedvrouwen antwoordden de farao: ‘De Hebreeuwse vrouwen zijn anders dan de Egyptische: ze zijn zo sterk dat ze hun kind al gebaard hebben voordat de vroedvrouw er is.’  God zegende het werk van de vroedvrouwen, zodat het volk zich sterk uitbreidde. En omdat de vroedvrouwen ontzag voor God hadden, schonk hij ook aan hen nakomelingen. Toen gaf de farao aan heel zijn volk het bevel om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de Nijl te gooien; de meisjes mochten in leven blijven.
 
 



De Egyptenaren wilden alle jongetjes die geboren werden doden. Mozes werd in een mandje aan de oever van de rivier de Nijl  gelegd. zodat hij niet werd gevonden door de farao. Daar werd hij door de dochter van de farao gevonden en meegenomen en aan het hof grootgebracht. De Israëlieten moesten hard werken, en kregen zweepslagen. 
Exodus: 1 -13,14

 Toen Mozes 80 jaar oud was kreeg hij van God de opdracht om de Israëlieten uit de slavernij te bevrijden. Tien plagen kwamen er omdat de farao het volk niet wilde laten gaan. Na die tien plagen moest het lam geslacht worden, en het bloed aan de deurposten en bovendorpel gestreken worden.  God zei:" En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en waneer Ik het bloed zie dat ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla". 
 Exodus: 12- 13

 Toen werd er voor de eerste keer Pascha gevierd. Er moest ieder jaar Pacha geviert worden en een lam sterven om nooit te vergeten dat zij veilig waren voor het oordeel Gods. (Pascha betekent: "voorbij gaan")

 Het beloofde land Israel

Terug