Home » Het einde » Uw lampen branden

Lees verder

   Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende.
En gij, weest gelijk aan mensen die op hun Heere wachten…

Lukas 12:35,33 

     Improvisatie- Gert van Hoef - Hauptwerkconcert


Bent u er  klaar voor?

Het kwaad, zowel in de mens zelf, als in de onzichtbare wereld,
dat mensen ertoe aanzet kwaad te doen, zal voor eeuwig gestraft
worden. Als je je dus ooit nog een afvraagt waarom God niet ingrijpt,

denk dan hieraan,


Hij zal ingrijpen!

 Op het tijdstip dat Hij bepaald heeft.
En zijn ingrijpen zal allesbehalve mals zijn. 

  De gelovigen, die tegen de stroom van de wereld om hen heen, toch  hun best hebben gedaan om God te dienen, zullen samen met Hem leven op een nieuwe aarde. Daar zal geen pijn, geen ziekte, geen dood, geen verdriet, geen haat, geen egoïsme, geen roddel, geen misleiding enz... meer zijn. Het zal een plaats zijn van volmaakte liefde, geluk en schoonheid.

De Bijbel spreekt duidelijk over een nieuwe aarde, waar God Zelf zal wonen, onder zijn mensen. Nu zijn er veel mensen die God van alles verwijten: Waarom staat Hij dit allemaal toe? Waarom grijpt Hij niet in? Waarom laat Hij alles maar gebeuren......?  God heeft echter een duidelijke tijd vastgesteld waarop Hij de mensheid zal oordelen. Hij geeft je slechts twee mogelijkheden:
     *  of je kiest radicaal voor Hem,
*  of je keert Hem de rug toe


Met God kun je niet spotten. Het lijkt vaak wel zo. Het lijkt alsof  God niets doet. Hij heeft echter alles onder controle en weet wat de uiteindelijke uitkomst van alles is:
"zij die Hem ontvluchten zullen voor eeuwig zonder Hem moeten lijden.
Zij die Hem ontvangen en
liefhebben, zullen voor eeuwig bij Hem zijn in intense vreugde."
     

Jezus vraagt ons om waakzaam te zijn.
Houd de lendenen omgord (uw kleding klaar voor Zijn komst)
Als de Here roept, zorg dan dat het licht brandt zodat je Hem ziet komen
en open de deur.  Slaap niet, ook al ben je moe en vallen je ogen dicht.
zorg dat je wakker blijft voor het moment dat de Here komt.....

"Wees er klaar voor" 

lendenenomg.jpg

Rom.13:12
12 De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom  ontdoen van
de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht.

 


De wijze en de dwaze meisjes
1 Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes,
die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet.
2 Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas.
3 Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen maar geen olie met zich mee.
4 De wijzen namen met hun lampen ook olie mee in hun kruikjes.
5 Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
6 En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet!
7 Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde.
8 De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.
9 Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u.
Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf.
10 Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren,
gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.
11 Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open!
12 Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
13 Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet
waarop de Zoon des mensen komen zal.

 

meisjesmetlampen-1.gif


De talenten
14 Want het is als iemand die naar het buitenland ging, zijn eigen dienaren bij zich riep
en hun zijn bezittingen toevertrouwde.
15 En aan de één gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde één,
ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde meteen weg.
16 Hij die de vijf talenten ontvangen had, ging weg en handelde daarmee
en hij verdiende vijf andere talenten erbij.
17 Evenzo verdiende degene die de twee talenten ontvangen had, er nog twee bij.
18 Maar hij die het ene ontvangen had, ging weg en groef een gat in de grond en
verborg het geld van zijn heer.

19 Na lange tijd kwam de heer van die dienaren terug en hield afrekening met hen.
20 En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem,
en hij zei: Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt.
21 Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.
22 En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt.
23 Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.
24 Maar hij die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zei: Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet gezaaid hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt.
25 En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw talent verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe.
26 Maar zijn heer antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie dienaar, u wist dat ik maai waar ik niet gezaaid heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb.
27 Dan had u mijn geld aan de bankiers moeten geven,
en ik zou bij mijn komst het mijne met rente teruggekregen hebben.
28 Neem daarom het talent van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft.
29 Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben;
maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft.
30 En werp de onnutte dienaar uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.


Het laatste oordeel
31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem,
dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
32 En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden
zoals de herder de schapen van de bokken scheidt.

33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand.
34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.
35 Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven;
Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.
36 Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht;
Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.

klopaanuwdeur.jpg


37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven?
38 Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald,
of naakt en hebben U gekleed?
39 Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen?
40 En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.
41 Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.
42 Want Ik ben hongerig geweest en u hebt Mij niet te eten gegeven;
Ik ben dorstig geweest en u hebt Mij niet te drinken gegeven;
43 Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet gastvrij onthaald; naakt,
en u hebt Mij niet gekleed; ziek en in de gevangenis, en u hebt Mij niet bezocht.
44 Dan zullen ook die Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien
of dorstig of als een vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend?
45 Dan zal Hij hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste niet gedaan hebt, hebt u het ook niet voor Mij gedaan.
46 En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.

 

Uit: herzienestatenvertaling.nl


   Terug     

Deze pagina is een onderdeel van
de website: "godgelooftinmij"


.......

tekst