De leerlingen van Jezus  

Apostelen genoemd

Op een keer ging Jezus naar de bergen om te bidden. De hele nacht lang bad Hij tot God. Toen het weer dag was geworden, riep Hij zijn leerlingen bij Zich. Hij koos er twaalf uit. Die noemde Hij apostelen. Het waren Simon, die Hij ook Petrus noemde, Petrus' broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs (= Levi), Tomas, Jakobus de zoon van Alfeüs, Simon die de bijnaam 'de Zeloot' had, Judas de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die Hem later verraden heeft 

(Lukas 6:12-19) BasisBijbel


12 Apostelen

  1. Andreas (broer van Simon Petrus)
  2. Bartolomeüs
  3. Filippus
  4. Jakobus (zoon van Alfeüs)
  5. Jakobus de Meerdere (zoon van Zebedeüs,
    met zijn broer bijgenaamd Boanerges,
    "zonen van de donder")
  6. Johannes (zoon van Zebedeüs, met zijn broer
    bijgenaamd Boanerges, "zonen van de donder")
  7. Judas Taddeüs (ook wel Judas Lebbeüs genoemd,
    broer van Jakobus de Rechtvaardige)
  8. Matteüs (ook wel Levi genoemd)
  9. Mattias (nam na de hemelvaart de plaats in van
     Judas Iskariot)
  10. Simon Petrus (Petrus is een vertaling van zijn
    bijnaam Kefas)
  11. Simon (met vaak als toevoeging "de Zeloot" of
    "de IJveraar")
  12. Thomas  De uitdrukking "ongelovige thomas"
    komt van de gebeurtenis die wordt beschreven in het Evangelie volgens Johannes waarbij Tomas zei niet te geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan totdat hij zijn vinger in Jezus' wonden zou leggen

Bron: Wikipedia.org 

 

Het evangelie volgens Marcus 
(Marcus1:16-28)

Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God*1
2 Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.3 Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”

 

4 Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging *
2 en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. 5 Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. 6 Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. 7 Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken.

 

 Doop Van Jezus

 

 8 Ik heb jullie gedoopt met water,
maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’

9 In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. 10 Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, 11 en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 12 Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. 13 Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld.

Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.14 Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. 15 Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ 29 Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes.

 39 In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef hij demonen uit. 40 Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 41 Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ 42 En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein.

 

 Simons schoonmoeder lag met koorts 

30 Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. 31 Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen.32 ’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe; 33 alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld.

34 Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie hij was. 35 Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. 36 Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen hem vlug achterna, 37 en toen ze hem gevonden hadden zeiden ze tegen hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ 38 Toen zei hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.’ 

 

43 Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: 44 ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 45 Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar hem toe komen.


Simon, Andreas, Jakobus en Johannes geroepen

 Op een keer liep Jezus langs het meer van Galilea. Daar zag Hij de broers Simon en Andreas. Ze gooiden een visnet uit in het water, want ze waren vissers.  Jezus zei tegen hen: "Volg Mij. Dan maak Ik van jullie vissers van mensen."  Ze lieten onmiddellijk hun netten liggen en gingen met Hem mee.  Verderop zag Hij de broers Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs. Ze waren in hun boot de visnetten aan het herstellen.  Jezus riep hen. Ze gingen meteen met Jezus mee en lieten hun vader en de knechten in de boot achter.

Genezing van een man met een duivelse geest

 Ze kwamen in Kapernaüm. Op de heilige rustdag ging Jezus naar de synagoge om daar les te geven.  De mensen waren erg verbaasd over de manier waarop Hij les gaf. Want aan de manier waarop 31Hij les gaf, was duidelijk te horen dat Hij wist waar Hij het over had. Het was heel anders dan bij de wetgeleerden. 

 Op dat moment was er in de synagoge een man in wie een duivelse geest zat. Hij schreeuwde:  "Laat ons met rust! Wat moet U van ons, Jezus van Nazaret? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie U bent: de Heilige van God!"  Jezus zei streng tegen hem: "Houd je mond en ga uit hem weg!"  De duivelse geest maakte de man aan het stuiptrekken en schreeuwen. Toen ging hij uit hem weg.  Iedereen was heel erg verbaasd. De mensen zeiden tegen elkaar: "Wat is er toch aan de hand? Hij leert iets nieuws, en het is duidelijk dat Hij weet waar Hij het over heeft! En Hij heeft macht! Want ook de duivelse geesten geeft Hij bevelen, en ze gehoorzamen Hem."  En al gauw werd er in de hele omgeving van Galilea over Hem gepraat.

 

Genezingen in het huis van Simon Petrus

29 Van de synagoge gingen ze naar het huis van Simon en Andreas. Jakobus en Johannes gingen mee.  30Daar lag de moeder van Simons vrouw met koorts in bed. Ze vertelden het aan Jezus.  Hij ging naar haar toe, pakte haar hand en hielp haar overeind. De koorts verdween onmiddellijk. Ze stond op en bediende Hem.

32Toen het avond werd en de zon onderging, brachten de mensen iedereen naar Hem toe die erg ziek was of in wie een duivelse geest zat.  33Alle bewoners van de stad stonden dicht op elkaar bij de deur.  34En Hij genas heel veel mensen die erg ziek waren van allerlei ziekten. Ook joeg Hij uit veel mensen duivelse geesten weg. En Hij verbood de geesten om te zeggen wie Hij was.

Jezus geneest een man met een besmettelijke huidziekte

 's Morgens heel vroeg, toen het eigenlijk nog nacht was, ging Jezus naar buiten. Hij ging naar een eenzame plek om te bidden.  36Maar Simon en de andere mensen die bij hem waren, gingen Hem achterna. 37 Ze vonden Hem en zeiden tegen Hem: "Iedereen zoekt U!"  38Hij zei tegen hen: "Laten we naar de dorpen in de omgeving gaan. Ik wil ook daar het goede nieuws aan de mensen vertellen. Want daarvoor ben Ik gestuurd."  39Zo ging Hij in heel Galilea in de synagogen het goede nieuws vertellen. En Hij joeg heel veel duivelse geesten weg uit de mensen.

 

 40Er kwam een man naar Hem toe die een besmettelijke huidziekte had.  Hij viel voor Jezus op zijn knieën en smeekte Hem: "Als U wil, kunt U mij beter maken."  41Jezus had medelijden met de man. Hij raakte hem aan  en zei tegen hem: "Ik wil het. Wees gezond."  42Onmiddellijk verdween de ziekte en de man was gezond.  43Jezus stuurde hem meteen weg en zei streng tegen hem: 44 "Denk erom dat je dit aan niemand vertelt. Ga naar de priester. Laat hem zien dat je weer gezond bent. Breng dan het offer dat hoort bij je genezing, zoals Mozes dat heeft bevolen.  Dat zal voor de mensen het bewijs zijn dat je genezen bent."  45Maar toen de man was weggegaan, vertelde hij aan iedereen die hij tegenkwam wat er was gebeurd. Daardoor kon Jezus niet meer openlijk een stad binnen komen. Hij bleef buiten de steden, op eenzame plaatsen. Maar van alle kanten kwamen de mensen naar Hem toe.

Jezus geneest een verlamde man

 1Na een paar dagen kwam Jezus weer in Kapernaüm terug. De mensen hoorden dat Hij weer thuis was.  2Toen kwamen er zoveel mensen naar Hem toe, dat het zelfs buiten voor de deur helemaal vol stond.  En Hij vertelde hun het goede nieuws.

 Een paar mannen kwamen met een verlamde vriend naar Jezus. Hij werd door vier mannen gedragen.  Maar er waren zoveel mensen, dat ze hem niet bij Jezus konden brengen. Daarom maakten ze het dak open boven de plek waar Jezus stond. Daarna lieten ze de man op de matras door het gat naar beneden zakken.  Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde man: "Zoon, Ik vergeef je al je ongehoorzaamheid aan God."  Er zaten daar ook een paar wetgeleerden.  Ze dachten bij zichzelf:  "Hoe kan Hij dat zeggen? Daarmee beledigt Hij God! Alleen God kan mensen vergeven dat ze ongehoorzaam aan Hem zijn geweest!"  Maar Jezus wist wat ze dachten. Hij zei tegen hen: "Waarom denken jullie dat?  Wat is gemakkelijker om te zeggen: 'Ik vergeef je al je ongehoorzaamheid aan God,' of: 'Pak je matras op en loop'?  Maar Ik wil dat jullie weten dat de Mensenzoon hier op aarde de macht heeft om de mensen te vergeven dat ze ongehoorzaam aan God zijn geweest." En Hij zei tegen de verlamde man:  "Daarom zeg Ik je: sta op, pak je matras op en ga naar huis."  De man stond onmiddellijk op. Hij pakte zijn matras op en ging naar huis. Iedereen zag het gebeuren. Ze waren stomverbaasd. Ze prezen God en zeiden: "Zoiets hebben we nog nooit gezien!"

Jezus roept Levi

 

 



 mensen willen genezen worden bij Jezus

Vervolg.......

 (Marcus1:16-28)

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

twee handen ineen gestrengeld

Deze pagina is een onderdeel van de website:  "godgelooftinmij".......