Home » Kerkdiensten » Nieuwsbrieven

 Nieuwsbrief, 2020 nr 3

 

Ziel en Zorg

Rustig te midden van de woelige golven

In het vorige nummer heb ik geschreven over een donkere wolk boven ons land. Inmiddels is die over heel de aardbol getrokken, een spoor van vernieling trekkend. Dit bijna ongrijpbare virus steekt inmiddels in Nederland ook weer de kop op. Ik hoorde zojuist dat er op de middelbare scholen 17% ziekteverzuim is. Ook de schade in het bedrijfsleven is groot. Kortom gezegd: het is een groot drama.

En de mens zelf speelt ook een grote rol. Maatregelen werden versoepeld, waarna in veel gevallen gold: “Als je de mens een vinger geeft, neemt hij de hele hand.” Dat zien wij nu. De mens wordt weerbarstig. Men is de regels moe en wil vrijheid, zelf alles beslissen. Dat er ergens nog een God is, kan niet. Die bestaat niet. En als Hij bestaat, waarom doet Hij dan niets? Waarom laat Hij alles maar toe, grijpt Hij niet in?

 

Is er dan niets positiefs te schrijven? Het antwoord is: ja! Ik maak het niet mooier dan het is. Het virus is aan een tweede golf begonnen, met alle nare gevolgen van dien.

Maar mag ik eens aan onze lezers vragen: haalt u in deze zware tijd troost uit uw geloof? Nee, ik bedoel niet: even bidden en dan knapt Jezus het op, liefst zoals wij het willen. Het is zoals een theoloog het eens zei: “Wij hebben Jezus niet in onze broekzak.” U moet ook niet denken: als ik geloof, dan komt alles hier goed; dus leef ik maar zorgeloos.

 

Maar ik wil u wel een boodschap van troost meegeven. Die komt uit Zefanja 3 vers 12, waar de volgende woorden staan: “Maar Ik zal in uw midden doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam van de Here vertrouwen.” (Herziene Statenvertaling)

 

Gebed van M. Luther

 

Heer van mijn uren en mijn jaren,

Gij hebt me veel tijd gegeven;

die ligt achter mij en hij ligt voor mij.

Hij was van mij en wordt van mij,

en ik heb hem van U.

Ik dank u voor elke slag van de klok

en voor elke ochtend die ik zie.

Ik vraag U niet mij meer tijd te geven,

maar ik vraag U om ieder uur

kalm en beheerst te kunnen vullen.

Ik vraag U dat ik een beetje van deze tijd

vrij mag houden van bevel en plicht,

dat ik een beetje mag reserveren voor stilte,

een beetje voor spel,

een beetje voor de mensen

aan de rand van mijn leven

die een trooster nodig hebben.

 

 (uit: Mijn Gebedenboek, A. Grün,

Ten Have)

 

 

Zefanja betekent: “de Heer beschermt” of “de Heer bewaart”. Hij was een achter-kleinkind van Hizkia. Het is niet zeker of het koning Hizkia was. Maar of hij nu een prins was of niet, één ding is wel zeker: hij was goed op de hoogte van Israëls ontrouw aan God. En ondanks de geringe omvang van dit boek, één van de kleine profeten, schrijft hij meer over Christus dan veel andere profeten.

Zefanja profeteerde van 640 tot 609 v.Chr. Dat was een slechte en moeilijke tijd. Als u de moeite neemt om dat derde hoofdstuk te lezen, dan ziet u dat God boos was. Er was veel onheil op komst. Maar wij lezen ook dat wij een genadige God hebben, want in vers 12 van hoofdstuk 3 wordt gezegd dat de Heer een volk zal sparen, dat op Zijn Naam vertrouwt.

 

Ik hoop dat u daarbij hoort. Want dan gaat u anders naar de dingen kijken. Al is de situatie ernstig, je voelt je dan verwant met de dichter van het lied dat zegt:

 

                Ruwe stormen mogen woeden,

                alles om mij heen zij nacht,

                God, mijn God, zal mij behoeden,

                God houdt voor mijn heil de wacht.

                Moet ik lang Zijn hulp verbeiden,

                Zijne liefde blijft mij leiden:

                door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,

                voert Hij mij naar 't eeuwig licht.

 

Het tweede dat belangrijk is: hoe reageer ik in deze moeilijke tijd? Wat is mijn instelling?

Wij lezen in 2 Kronieken 20 vers 1 tot en met 13 dat een groot onheil Israël bedreigde. De vijand trok op en stond in de

achtertuin van Jeruzalem. Toen men dat aan koning Josafat meldde (vs 3), werd Josafat bang. Toch logisch? Maar wij lezen niet dat hij in paniek raakte. Hij deed het enig juiste dat moest: hij zocht het aangezicht van God de Here. Hij ging in gebed en betrok het hele volk erbij. Vers 13 zegt: “….en ze kwamen allemaal!” Geheel Juda stond voor het aangezicht van God, mannen en vrouwen. Zelfs de kinderen!

Ging de koning, toen hij voorging in gebed, schelden of jammeren? Nee, hij begon met God te loven en te prijzen. Maar hij bad ook om uitkomst. En daarop gebeurden er grote dingen. De koning was hier echt: rustig te midden van de woelige golven.

Ook voor ons is dat de enige goede houding. Dat betekent voor ons allen: de weg omhoog. Zien op Jezus. Hij heeft de leiding over ons leven. Een heel oud gezegde zegt: “Kijk niet naar de omvang van uw nood, kijk naar de grootheid van God.”

Tot slot. De Heer zegt in de Bijbel 798 keer het machtige woord: “Ik zal er zijn.” En Hij is ook in ons midden, zoals tevens in Zefanja 3 staat.

Kinga Bán, cum laude afgestudeerd aan het Conservatorium van Utrecht en vroeger zangeres bij Sela, zong vlak voor haar sterven dit lied:

 

   Een boog in de wolken als teken van trouw,

   staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!

   In tijden van vreugde,maar ook van verdriet

   ben ik bij U veilig,bij U die mij ziet.

Jan van Beelen

vbeelenj@gmail.com)

tel.: 06 - 52 32 26 33

Schrijver -Lezers - Groet

===============================================================================

Wij mogen niet beter worden van onze ziekte

vóór wij door onze ziekte

beter zijn geworden.

Rittelmeyer

 

(uit: Avond met God – Gottmer, Haarlem)

 

Deze week lazen wij Filippenzen 4. Een prachtige tekst, ook in deze tijd, waarin het coronavirus rondgaat. In vers 6 staat:

 

          “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles,

            door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij  God.”

 

Wees niet bezorgd… onbezorgd leven. Wie wil dat niet?

 

De zomerperiode is net voorbij. Meestal betekent dat ook een paar onbezorgde vakan-tieweken met weinig verplichte activiteiten, veel vrije tijd en geen zorgen aan je hoofd. Dat was dit jaar wel anders. Van veel mensen werden buitenlandse vakanties gecanceld. In het binnenland op vakantie gaan was ook niet altijd mogelijk of niet zo onbezorgd en gemakkelijk als anders.

 

In ons kerkelijk leven van de Radiogemeente hebben wij moeten besluiten om de activiteiten nog niet te laten doorgaan. Dat betekent tot nader order geen Bijbelstudieavonden en geen kerkdienst. En als het wel weer mogelijk wordt, hoe zal het zijn? En weet en durft iedereen de kerkdienst of Bijbelstudieavond weer te vinden?

Hoe moet dat? Kan dat wel, onbezorgd leven?!

 

Wanneer wij de woorden van de Filippenzenbrief op ons in laten werken, dan is duide-lijk dat de apostel Paulus de mensen in de ge-meente van Filippi goed kent. Hij wil hen in hun zorgen bijstaan en bemoedigen. Wat meer is, hij spreekt namens God. De Heer wekt ook ons in deze woorden op tot een onbezorgd leven.

Misschien is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker nu in deze coronatijd. Zorgen over je gezondheid, over hoe je op anderhalve meter meter contact kunt houden met familie en vrienden. Loop ik geen besmetting op bij ziekenhuisbezoek, in de supermarkt, op het werk of in de trein?

 

Toch zijn de woorden van Paulus geen goedkoop praatje. Hoe Paulus de weg wijst naar een onbezorgd leven, blijkt uit het tweede gedeelte van vers 6. Hij wekt ons op tot het gebed. Daarin ligt de sleutel tot een onbezorgd leven. “Laat al uw verlangens bekend worden bij God.”

Het is fijn om te weten dat de Heer een luisterend oor voor ons heeft. Hij is het die ons begrijpt. Wat kan dat een opluchting geven.

Maar dat is niet het enige. Er gebeurt nog meer in het gebed. In het gebed komen wij voor Gods aangezicht. Het is als met het beklimmen van een heuvel. Vanaf de top krijgen we een overzicht over de omgeving.

 

Zo is het ook in het gebed. Als wij voor God staan, krijgen wij een ander zicht op ons eigen leven. Het gebed is een veilige plek om op enige afstand naar ons leven te kunnen kijken. Door het gebed worden wij gesterkt om tegenslag te dragen. Voor Gods aangezicht mogen wij het zien, dat, als er een deur dichtgaat in ons leven, Hij weer een andere deur voor ons opent. Wellicht kunt u die momenten ook in uw eigen leven aanwijzen.

 

Wij mogen ontdekken hoe God voor ons zorgt:

 

“De vrede van God zal

 uw harten en uw gedachten

 bewaken in Christus Jezus”.

 

Door Jezus Christus mogen wij weten van Gods nabijheid en genade.

Namens de Pastorale Raad van Den Haag wens ik u Gods nabijheid en zegen toe.

Joke Verstraate-Krul

  

Voor wie bidden wil

===============================================================================

 

Tot ons grote verdriet moeten wij als christenen erkennen dat wij steeds meer leven in een omgeving die steeds minder rekening houdt met God of zelfs helemaal niet in Hem gelooft. Als wij al zouden denken dat de coronacrisis daarin verandering zou brengen, dan zien wij daar weinig of niets van.

De dichter van Psalm 120 kent die ervaring als geen ander. Niet alleen leeft hij in een omgeving waar “mensen de vrede haten”, maar Hij wordt ook nog eens van allerlei dingen vals beschuldigd.

Ook dat kennen wij en andere bevolkingsgroepen. Denk alleen maar aan de haat tegen de Joden. Tegenwoordig  worden er veel “waarheden” op internet  gezet die leugens blijken te zijn. Er is roddelnieuws, er zijn anonieme berichten…. Het zijn verschrikkelijke wapens tegen mensen en groepen van mensen, zelfs kinderen. Geen wonder dat onze dichter van Psalm 120 het uitroept in zijn gebed: “Red mij….” Persoonlijker nog: “Here, red mij….”

 

Hij houdt het vol, want hij denkt aan God, die geen onrecht kan zien en zeker straffen zal uitdenken voor deze mensen met hun leugenachtige lippen, die alleen maar kwaad willen en uit zijn op strijd. Hij heeft het gevoel een vreemdeling te zijn en niet meer thuis te horen in die wereld.

Ook dat kennen wij. Soms denk je: waar maken de mensen zich toch zo druk om? Wat wijkt hun belevingswereld ver af van de mijne…

En soms kan het je teveel worden, dan snak je naar een betere wereld, een nieuwe wereld zonder Godloochenaars, zonder milieuvervuiling en lijdende mensen, lijdende kinderen, lijdende dieren…. En dan zijn er ook nog de medechristenen die dag in dag uit vervolgd worden, jaar in jaar uit, en die in hun angst zeker tot de Heer zullen roepen, waar ook het eerste vers van deze Psalm mee begint.

 

En toch heeft onze Heiland in Zijn Hogepriesterlijk Gebed niet gebeden of God hen (Zijn discipelen) en ook ons uit de wereld wegneemt, maar of God hen en ons wil bewaren voor de Boze. (Johannes 17 : 16) Dat is een stukje beproeving voor ons allemaal.

Natuurlijk mogen wij uitzien naar Jezus’ terugkeer en met volle overtuiging en met hartstocht bidden: “Maranatha, amen, ja, Here Jezus kom.” En dan schijnen Jezus’ woorden “Zie, Ik kom spoedig” fake-nieuws, bedrog. Want de christenheid wacht al zoveel eeuwen, maar wij hebben nog geen voetstap gehoord! En wat duurt wachten lang…. Dat merken wij helemaal nu wij wachten op een coronavaccin voor iedereen. Wachten, een stukje beproeving…

 

Kome, wat komt, in Uw licht zij wij

veilig geborgen,

Uw zegen draagt ons door dagen

van ziekte en zorgen;

Gij houdt de wacht,

en ook al dreigt soms de nacht,

reeds glanst het licht van de morgen.

 

A.F. Troost

 

(uit: Zingend Gezegend, Lied 244 : 2)

 

Ook als er na ons bidden niet direct antwoord komt, vraagt de Heer ons te wachten. Maar zijn wij niet mensen van de daad? Wij willen immers als Gods arbeiders voorttrekken, evangeliseren, helpen, kerkdiensten beleggen? En dan valt alles opeens stil door corona. Op bezoek gaan bij eenzame ouderen… Het kon niet meer of met heel veel voorzorgsmaatregelen. Gelukkig zijn mensen vindingrijk en kon men diensten via internet volgen en via andere wegen eenzame ouderen opbeuren. Iets om de Heer voor te danken.

 

Maar het gaat erom: hoe wacht je? De dichter van Psalm 120 wist in ieder geval dat je biddend  moest wachten. Hoe verslagen je ook bent, hoe moeilijk je toestand ook is, hoe zwaar ook het lijden, bid en zie biddend uit naar het antwoord.

Probeer ook geduldig te zijn in het wachten. Zegt een gezang van Paul Gerhardt niet “dat God zich niets laat ontwringen, maar dat hij gebeden wil zijn”?

En natuurlijk het laatste, maar misschien wel het belangrijkste: laten wij wachten in geloof. Hoe lang het antwoord op uw en mijn gebed ook uitblijft, geloof dat dat antwoord zeker zal komen. Wees ervan verzekerd dat er een eind komt aan elke beproeving van elk mens, of het nu een Psalmdichter is, een discipel van Jezus of een mens in de moderne tijd, waar ook ter wereld.

 

Want wat gold voor de discipelen van Jezus, dat geldt ook voor ons biddende christenen: als God ons dan niet wegneemt uit de wereld, dan zal Hij ons ook de kracht geven om staande te blijven in die wereld en zal Hij ervoor zorgen dat de Boze ons niet in zijn greep krijgt!

En het geweldige is: daarvoor bidt onze levende Heiland, ook nu, voor u en voor mij.

Dank, lof en aanbidding zij Hem daarvoor gebracht!

 

Eta Toornvliet

===============================================================================

Deze pagina is een onderdeel van de website van:     "De Radiogemeente"

Stichting Radio gemeente