Home » Engelen

Engelen

 

2 Timoteüs 3:16,17
Elke schrift tekst is door God 

Geïnspireerd en kan gebruikt worden 
om onderricht te geven, om dwalingen 
en fouten te weerleggen, en om 
op te voeden tot een deugdzaam leven, 
zodat een dienaar van God voor 

zijn taak berekend is en voor 
elk goed doel volledig is toegerust.  

 Wat staat er in de Bijbel over engelen? 

 Engelen zijn:

  * Strijders van God
   *Uitvoerders van Gods wil
  * Bewakers van muren en toegangspoorten  van Hemel en hel.
  * Notulisten van alle daden van iedere mens.     
   *Aanwezigen tijdens het gebed van mensen. 

Profeten  Maleachi 3:1  
Let op, ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen.
Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien,
de engel van het verbond naar wie jullie verlangen.
Komen zal hij – zegt de HEER van de hemelse machten. 

Priesters  Maleachi 2:7
Kennis ligt op de lippen van de priester en waarheid zoekt men in wat hij zegt,
want hij is een bode van de HEER van de hemelse machten.

kerkleiders  Openbaring 1:20 
Dit is de betekenis van de zeven sterren die je in mijn rechterhand zag en van
de zeven gouden lampenstandaards: de zeven sterren zijn de engelen van de
zeven gemeenten, en de zeven standaards zijn de zeven gemeenten zelf.


De Menora is een zevenarmige kaarsenstandaard die je
bijna bij alle Joodse mensen thuis kunt vinden
en staat tevens symbool voor de staat Israel


Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling 
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap 

               

  Het woord engel komt van het -Griekse woord angelos, 
dat betekent “boodschapper.” 
Het Hebreeuwse woord daarvoor is -malach- 
ook dat betekent “boodschapper”. 

De schrijver van het laatste boek van het Oude Testament
Maleachi- wordt “mijn bode” genoemd” 
De voorgangers van de zeven gemeenten in het boek Openbaring, 
het laatste boek van de Bijbel worden; -aggeloo- genoemd.


 
Nehemia 9:6 
Gij toch zijt alleen de HERE, Gij hebt de hemel, de hemel der hemelen en al zijn heer gemaakt,
de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is;  ja, Gij geeft hun allen het leven,
en het heer des hemels buigt zich voor U neder. 
 

Kolossenzen 2:18 
Ook in Kolossenzen 2 lezen we dat we engelen niet mogen aanbidden en vereren:
 "Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering"  

Romeinen 1: 25 
Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en
gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.   

Soms gebruikt de Bijbel deze woorden voor mensen: 
Gewone mensen die een boodschap brengen

Profeten

Priesters

Kerkleiders

Waar komen engelen vandaan?

Volgens de Joodse overlevering werden de engelen
op de tweede dag van de schepping, geschapen
Ze kregen een vrije wil, Goddelijke inteligentie
en onsterfelijkheid. De favoriete engel Lucifer
was hoogmoedig geworden en wachtte op een
kans om God van de troon te stoten.



Aartsengel Michael nam het tegen Lucifer op
en deze trok zich terug en verzamelde
de steun van eenderde van de engelen.
De strijd die hierop volgde eindigde met de
val van de opstandige engelen in de diepte.
zij werden duivels en demonen.

Terug omhoog

 begin.jpg

Kolossenzen 1:15-20 
Beeld van God, de onzichtbare, is hij, 

eerstgeborene van heel de schepping: 
in hem is alles geschapen, 
alles in de hemel en alles op aarde, 
het zichtbare en het onzichtbare, 
vorsten en heersers, machten en krachten, 
alles is door hem en voor hem geschapen.

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. 
Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. 
Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, 
om in alles de eerste te zijn: in hem heeft
heel de volheid willen wonen en door hem en
voor hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel, door vrede
te brengen met zijn bloed aan het kruis. 



         Hebreeën 2:14-18
Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood. Het moge duidelijk zijn: hij is niet begaan met het lot van engelen, hij is begaan met het lot van de nakomelingen van Abraham. Daarom moest hij in alles gelijk worden aan zijn broeders en zusters; alleen dan zou hij in aangelegenheden tussen God en zijn volk een barmhartige en betrouwbare hogepriester zijn, die verzoening bewerkt voor hun zonden. Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan.



Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling 
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap


En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen:
God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

 1 Johannes: 5


Meer over engelen.......